Onlangs had Maikel van Leeuwen, de nummer 3 van Namens Amsterdammers., een interessant gesprek met een politieke verslaggever over de kloof tussen loket en leefwereld. De verslaggever stelde dat ‘wij’ in onze ‘bubbel’ een te grote focus hebben op de lokale politiek, maar dat de gemiddelde Amsterdammer er nauwelijks om geeft. Voor Maikel, doener én denker, de aanleiding om zijn visie op de Amsterdamse vertrouwenscrisis nader uit te werken.

De verslaggever baseerde zijn observatie op de bezoekcijfers van de politieke artikelen die gepubliceerd worden op de website van zijn uitgever. Een simpele Google-zoekopdracht lijkt dat te bevestigen. Het eerste artikel dat boven water komt, kopt veelzeggend: Meer dan de helft van de Amsterdammers kent geen enkel raadslid. Deze stelling klopt. Zelf houdt Maikel ook al jaren een pagina bij genaamd 2022: het jaar dat Amsterdammers de rug toekeerden naar de gemeentepolitiek. Maar, deze desinteresse geldt vooral als we kijken naar de politiek zoals die zich afspeelt in de raadszaal en de commissievergaderingen in de Stopera. Dat is echter niet wat de Amsterdammer dag in, dag uit meemaakt.

Politieke junkies en journalisten kijken graag naar het politieke schouwspel, het brood en spelen, maar de inwoners zien de politiek primair in hun directe leefomgeving. Zij zien het resultaat waar alles samenkomt: op straat. Voor hen is de politiek de docent voor de klas, de politieagent op de hoek, de gebiedsmakelaar, het vuilnis op de stoep of de onbereikbaarheid van de gemeente bij een hulpvraag.

Om deze kloof tussen de papieren werkelijkheid van de journalist en de rauwe realiteit van de straat te begrijpen, kunnen we teruggrijpen naar een bestuurskundige klassieker uit 1980: Street-Level Bureaucracy van Michael Lipsky. Een boek dat verbazingwekkend genoeg nooit naar het Nederlands is vertaald, maar nog steeds zeer actueel is.

Als we inzoomen op wat de burger op de straatstenen ziet en een andere invulling geven aan het woord ‘politiek’, dan kantelt het beeld volledig. Wat zich afspeelt op straatniveau is ineens meetbaar en zichtbaar. Leggen we dat langs de meetlat van Lipsky, dan zien we tussen de vele beleidswoorden door een heel andere realiteit zoals we hier laten zien met  één specifiek voorbeeld en twee vormen van interactie tussen bewoner en politiek.

De kloof in de praktijk: Stek Oost

Het eerste voorbeeld is Stek Oost. Dit project is inmiddels berucht geworden vanwege de bizarre omstandigheden: groepsverkrachtingen, geweld, intimidatie en een idealistisch wensdenken-project van een activistisch bestuur, afgeblust met een gebrek aan eigenaarschap. Deze ontwikkelingen zijn treffend geanalyseerd door Michiel Lieuwma. Mocht je een uurtje de tijd hebben: kijken. Hierna ben je volledig op de hoogte waarom er zoveel spaak loopt in de uitvoering van Amsterdams beleid.

De onmogelijke spagaat

Daarnaast zijn er twee interacties waar bijna elke Amsterdammer mee te maken krijgt: het telefoonnummer 14020 en de gebiedsmakelaars. Met name de gebiedsmakelaar moet het ‘menselijke gezicht’ zijn van de gemeente naar de burger toe. Echter, de gebiedsmakelaar bevindt zich in een onmogelijke spagaat: klem tussen de systeemwereld van de gemeente (de regels, de procedures) en de leefwereld van de burger (de praktijk).

Gebiedsmakelaars worden dagelijks geconfronteerd met een onmogelijke taak. Het mandaat is minimaal. Ze kunnen informatie of vragen van de burger de ‘organisatie’ insturen en hopen dat er een terugkoppeling komt, maar ook de doelen van een gebiedsmakelaar zijn vaag en niet meetbaar. Ze mogen doorgeven, maar kunnen het niet oplossen. Grote containerbegrippen worden hier vaak voor gebruikt, zoals ‘leefbaarheid vergroten’ en ‘sociale cohesie bevorderen’.

Elke manager of bestuurder weet: hoe vager de termen, hoe moeilijker het is om erop te sturen. Nadat de ambtelijke organisatie wel (of vaker: niet) antwoord geeft, is het weer de gebiedsmakelaar die de terugkoppeling moet geven aan de burger. Soms zal dat een bedankje zijn in de trant van: “Bedankt voor uw feedback, we nemen het mee”, maar vaker is het antwoord: “Nee, dat doen we niet” of “We kijken er later naar.”

De ambtenaren die deze antwoorden formuleren, staan nauwelijks in contact met de bewoner. De bewoner zal het moeten doen met het antwoord van de gebiedsmakelaar. Bij negatieve antwoorden krijgt de gebiedsmakelaar vervolgens alle emotie over zich heen. De gebiedsmakelaar is dan niet meer de verbinder van de bewoner naar de gemeente, maar fungeert op dat moment puur als bufferzone of stootkussen.

Rantsoenering van de vraag

Hetzelfde geldt voor 14020. De mensen die deze dienst bemannen hebben geen mandaat en kunnen vaak niet eens direct communiceren met de vakafdelingen. Ze handelen vragen van bewoners af met standaardzinnen als ‘We hebben het bij de organisatie belegd’. Vraag beantwoord, ticket gesloten. Waarmee gesuggereerd wordt dat de melding/klacht/probleem de wereld uit is.

14020 is daarmee geen falende dienstverlening, het is een uiterst effectieve firewall. Het is ontworpen om de organisatie te beschermen tegen de burger, niet om de burger te helpen. Of het nu bewust of onbewust is: de wachttijden, de keuzemenu’s en het eindeloos doorverwijzen zijn manieren om de vraag te rantsoeneren. Het maakt de “kosten” voor de burger (in tijd en frustratie) zo hoog, dat mensen afhaken. Wie wel eens een melding indient via meldingen.amsterdam.nl zal hebben ervaren dat vragen die complexer zijn dan een scheve stoeptegel, met regelmaat worden afgesloten met: “Excuus voor de zeer late reactie, we gaan ervan uit dat uw vraag is beantwoord of het probleem is opgelost.”

Niets is waardevoller dan het gesprek met bewoners

Bij onze vele buurtbezoeken afgelopen jaar merkten we: bewoners gaan graag in gesprek én ze ervaren het als een zeldzaamheid de politiek buiten verkiezingstijd om op de straat te zien. De waardering ervoor is hoog. Namens Amsterdammers. zal het zelf blijven doen maar we hebben ook een oproep voor alle politici: ga de straat op en praat met bewoners, juist in de buurten waar zoveel om te doen is. Iedereen kent wel een plein of buurt waar het schuurt. Het zijn ‘maar’ bewoners, maar bij die bewoners komen politiek, grootstedelijke problematiek en alle afdelingen van de gemeente samen. Niets is waardevoller dan dat gesprek, en dat werkt twee kanten op.

In het rapport Ondervertegenwoordigd Amsterdam zijn het juist deze bewoners die aangeven niet meer te willen stemmen, omdat ze zich gefrustreerd en niet erkend voelen. Het is begrijpelijk dat politici de wijken opzoeken waar hun kiezers wonen, maar de echte uitdaging ligt hier: deze bewoners weer ‘aan laten haken’ en het vertrouwen herstellen. Deze bewoners verdienen de aandacht en de mantel van liefde vanuit het bestuur, de politiek en de gemeentelijke uitvoering.

Andere uitvoering in de wijk

Naast dit permanente gesprek tussen politiek en bewoners is ook een andere ambtelijke uitvoering nodig. Het verkiezingsprogramma van Namens Amsterdammers. doet hier allerlei voorstellen voor. We willen dat de wethouder vier dagen per week in een stadsdeel werkt – dan komen de ambtenaren daar achteraan en krijgen we Minder Stopera, Meer U. Ook draaien we de rollen om. Waar nu de ambtenaar achter de schermen de meeste macht heeft en de buurtmakelaar het aan bewoners en ondernemers mag uitleggen, geven wij de buurtmakelaar meer macht en vragen we een dienende houding van anderen. Reiniging, groen en handhaving richten we buurtgericht in, zodat ze samen met bewoners en ondernemers in de wijk kunnen werken aan leefbaarheid.

Conclusie

De kwaliteit van onze democratie wordt niet bepaald in de raadszaal, achter een tekentafel of in een ‘bila’, maar in de manier waarop we elkaars problemen op straatniveau oplossen. Laten we de politiek terugbrengen naar waar zij hoort: niet in het systeem, maar in de leefwereld van de Amsterdammer. Beleid wordt bedacht op papier, maar de waarheid ligt op straat en de straat liegt nooit.

Namens Amsterdammers.

Maikel van Leeuwen